Marktinformatie

Economische weerbaarheid versus geopolitiek geruzie

06 juni 2019 | Marktinformatie

De economische trends die we in het begin van het jaar ontwaarden, zetten zich door in het tweede kwartaal. De economische groei vertraagt maar ligt vaak boven de verwachtingen, de werkloosheid staat op een historisch laag peil en de rente blijft laag. De markten zetten hun opmars verder, tot in mei. De opflakkering van het handelsconflict tussen de VS en China bracht dan opnieuw volatiliteit op de markten.

De afwezigheid van inflatie blijft een groot mysterie, nu we een van de langste groeicycli uit de eeuw meemaken. Daardoor kunnen de centrale banken een expansief monetair beleid handhaven: ze houden de rente erg laag of zelfs negatief. Dat komt de industrielanden trouwens goed uit, want zij torsen een grote schuldenlast. De spaarder prijst zich minder gelukkig. Hij kan niet anders dan risico’s nemen, wil hij de reële waarde van zijn vermogen niet zien wegsmelten.

“Zolang de rente laag is, blijft de groei intact.”

Op geopolitiek vlak bewoog er niet zo veel. Beslissingen over grote issues (handelsconflict tussen de VS, China en Europa, de brexit, de lakse begrotingsdiscipline in Italië en het overdreven strenge begrotingsbeleid in Duitsland) bleven uit. Nochtans hebben ze een belangrijke impact op de wereldeconomie. Mevrouw Lagarde, directeur-generaal van het IMF, riep de nationale regeringen op om het economische herstel niet te fnuiken.

De hoge schuldenberg blijft een ander teer punt. Zolang de rente laag blijft, is die torenhoge schuld nog beheersbaar – liefst 27% van de obligaties wereldwijd heeft een negatieve rente – en blijft de groei intact. Maar wat als die rente begint te stijgen?

Verenigde Staten: verbluffend sterk

De Amerikaanse economie toont zich robuuster dan verwacht, ondanks de ‘government shutdown’ in januari en het tanende effect van de fiscale gunstmaatregelen. De groei bedroeg 3,2% in het eerste kwartaal en zou op jaarbasis rond 2,5% uitkomen (tegenover een eerdere prognose van 1,5 tot 2%). De werkloosheid zakt nog verder naar 3,7%, het laagste peil in 50 jaar. De loonsverhogingen (circa 3,2%) resulteren niet in een stijging van de inflatie. Integendeel, de kerninflatie daalt naar 1,5%. De cijfers doen de Fed (de Amerikaanse centrale bank) twijfelen: ze wil haar rente eigenlijk niet meer verhogen in 2019, maar geeft toe niet te weten welke richting ze dan wel moet uitgaan (verhoging of verlaging).

Eurozone: een reus op lemen voeten

De eurozone worstelt met de positie die ze wil of moet innemen op het internationale toneel. Het belang van het Europese handelsblok staat in schril contrast met het relatief lage politieke gewicht van de unie, als gevolg van haar complexe organisatie en de uiteenlopende belangen van haar lidstaten. Nu de grote mogendheden hun belangen op een brutalere manier op tafel gooien, buiten de multilaterale instellingen om, dreigt Europa buitenspel te worden gezet. De afhankelijkheid van externe markten maakt haar kwetsbaar voor de evoluties in de Verenigde Staten en China. Ook op de financiële markten wordt de eurozone stilaan een muurbloempje. De beurskapitalisatie van de Europese beurzen vertegenwoordigt minder dan 15% van de wereldwijde kapitalisatie. In 2009 was dat nog 25%, voor de VS is dat 60% en voor China 22%. Het gebrek aan technologische zwaargewichten is daar deels schuld aan. Daarnaast daalt de euro ook steevast in de internationale reserves: slechts 20% tegenover ruim 60% voor de Amerikaanse dollar. Een andere factor is de vrijwel onbestaande Europese begroting – amper 1% van het bbp. Dat is zeer karig, in vergelijking met een gemiddelde begroting van de lidstaten van 50% van het bbp. Met zulke kleine portefeuille kan Europa haar economische rol niet uitspelen. De pogingen van president Macron om de Europese begroting op te trekken botsen op Duitse terughoudendheid en de Nederlandse lobby.

Al deze elementen verklaren de zwakkere groei van de eurozone tegenover die van de VS, net als haar tragere reactievermogen, waardoor ze in economische herstelcycli systematisch achterophinkt. Op lange termijn toont de Amerikaanse economie zich weerbaarder, en daarom zijn de waarderingen van Amerikaanse aandelen gemiddeld hoger dan die van Europese aandelen.

Toch doet de Europese economie het niet zo slecht. De groeicijfers van het eerste kwartaal zijn bemoedigend: 0,4% en 1,6% op jaarbasis, bijna het dubbele van wat economen hadden verwacht. Italië laat de recessie achter zich (+ 0,2%), Frankrijk groeit met 0,3% ondanks de gele hesjes, en Duitsland knoopt weer aan met een groei van 0,4% na een stagnatie in de tweede helft van 2018. Spanje voert het peloton duidelijk aan, met een groei van 0,7% in het eerste kwartaal.

“De banken namen de fakkel over van de ECB, waardoor de geldhoeveelheid toch steeg.”

Er is ook goed nieuws op monetair vlak. De beëindiging van de kapitaalinjecties door de ECB (Europese Centrale Bank) in 2019 deed waarnemers vrezen dat de geldhoeveelheid drastisch zou afnemen, wat voor deflatie zou zorgen. Dat gebeurde gelukkig niet: de banken namen de fakkel over. De geldhoeveelheid groeide met 4,3% dankzij de leningen aan bedrijven (+ 3,7%) en particulieren (+ 3,3%). Dat duidt op een gezonde economie. De ECB hanteert overigens zeker tot eind 2019 haar negatieve rente. Dat is geen goed nieuws voor de banken, want het ondermijnt hun winstgevendheid. Een negatieve rente kost de sector jaarlijks namelijk ruim 7,5 miljard euro. Voor de overheden met een grote schuldenlast is die lage rente net wél een zegen. Die schulden liggen nog altijd een stuk hoger dan vóór de financiële crisis, ook al leidde de begrotingsdiscipline opgelegd door Europa tot een drastische afbouw van de begrotingstekorten en van de schuld. De lage inflatie (1,7%) is een zegen, want daardoor heeft de ECB geen reden om haar monetaire beleid te verstrakken.